
Augustus 2010 De aanleiding
“Olav, jij gaat meedoen met de Otztaler Rad Marathon” aldus een chatbericht via Facebook. De Otz wat?? Aan de andere kant van het toetsenbord Sander Cok uit Arnhem. Tijdens de Tour 2008 op de flanken van de Alpe d’Huez ontmoet en contact mee gehouden sindsdien.
Na wikken en wegen (want niet in vorm) en toestemming op het werk afwachtend al een voorlopige ‘go’ gegeven aan Sander. En nog twee weken om in vorm te komen...en om het verre van ideale klimgewicht van 98 kilogram schoon aan de haak nog wat naar beneden te schroeven. In ieder geval ging het slot op de (ijs) kast met genotsmiddelen. Met een van spijt verzwaard hart werd het kilometrage van dit jaar (3707 kilometer) bekeken. Alle uren in de sportschool hadden beter op de fiets kunnen worden doorgebracht in plaats van het trainen van het bovenlijf. De laatste effectieve training was eigenlijk half juni in Italie, drie dagen in Noord Italie onder de enthousiaste begeleiding van http://www.trentinosport.nl/. Daarna is er feitelijk niet veel meer gefietst. Toen het besluit eenmaal genomen was mee te doen snel nog een keer de fiets naar de vakmannen van http://www.kolkmantweewielers.nl gebracht om de fiets nog even 'Otztaler-klaar' te maken. Ik zat te twijfelen tussen m'n Red Bull (34x27) maar besloot de Ridley (triple) te voorzien van 30x27. Blij dat ik dat gedaan heb...
26 augustus 2010 De Reis & de Timmelsjoch
Na een verkwikkende 4 uur slaap werd de diesel in het vooronder van de Audi wakker geschud in de parkeergarage in Alkmaar en om half zes in de vroege morgen reed ik tussen de bouwvakkersbusjes richting Arnhem, om daar om iets na zeven uur de Koga en zijn eigenaar aan boord te nemen. Door de plensbuien reden we de grens over en naarmate Solden dichterbij kwam steeg de temperatuur en daarmee ons humeur. Met slechts een paar korte stops en een kleine omweg dankzij het navigatiesysteem van de Audi arriveerden we kort na 16u in Solden. Na kennis gemaakt te hebben met onze kamergenoten Sandra en Mark vertrokken Sander en ik om een uurtje of half zeven om de Timmelsjoch te beklimmen.
In het dorp Solden zag ik dat de Sander van 2008 niet meer de Sander was van 2010 en voor mijzelf gold hetzelfde. Binnen luttele minuten was hij verdwenen tot een stipje aan de horizon. Met een snelheid van 7 kilometer per uur leek het me ook niet waarschijnlijk dat ik snel op hem inliep.
Omdat het wel duidelijk was dat we de top op 2509 meter niet zouden halen gezien de invallende duisternis stopten we op 2200m en na een Kodakmomentje draaiden we om. Met snelheden die opliepen tot 82 kmh raceten we naar beneden om daar uiteindelijk bij de pizzeria de verbruikte energievoorraden aan te vullen. Het zelfvertrouwen van Sander kende geen grenzen terwijl ik al stiekum rekening hield met een voortijdig afhaken.
27 augustus 2010 Sneeuw op de Kuhtai
Om de erg bescheiden voorbereiding toch nog enigszins te verbeteren zou vandaag de Kuhtai worden beklommen. Dat betekende een afdaling vanuit Solden van iets meer dan 30 kilometer (van 1377 m naar 790m) gevolgd door de 18,5 km lange beklimming van de Kuhtai naar 2020 meter hoogte. Boven op de berg zouden de reserves worden aangevuld en zou na de afdaling naar Otz weer de klim terug worden aangevangen. Al met al een tochtje van 100 km.
Het begin van de afdaling vanuit Solden was niet erg steil. Het was nog aardig bijtrappen om de 40 kmh te bereiken, en halverwege zat er nog een klimmetje in van een kilometer. Met z’n drieen wisten we na 45 minuten de voet van de Kuhtai te bereiken. Daar werd nog even wat gegeten, eventueel de helm aan het stuur gebonden en onder een steeds dreigender wolkendek werden de eerste hoogtemeters gemaakt. In het begin kon je gelijk aan de bak, en zowel Sander als Mark verdwenen spoedig uit het zicht. Na een paar kilometer ging ik voor het eerst de pedalen uit en voelde direct dat m’n voorvelg contact maakte met het asfalt. Over het algemeen geen goed nieuws. Ik bleek een afloper te hebben en terwijl het zweet van m’n voorhoofd gutste herstelde ik de druk in de voorband. Nadat ik m’n fiets weer was opgeklommen bleken het niet alleen druppels zweet te zijn die middels de zwaartekracht hun weg naar beneden zochten maar bleek het gitzwarte wolkendek haar sluizen te hebben opengezet. Spoedig bulderde de regen naar beneden in een mum van tijd was de weg veranderd in een ziedende rivier, wat het beklimmen van de Kuhtai nu niet direct eenvoudiger maakte. Ik weet niet waar de naam ‘Kuhtai’ vandaan komt, maar ik kwam wel een hele kudde koeien (Kuhe) tegen die er behoorlijk taai uitzagen. De beesten banjerden breeduit over de weg en lieten zich niet van de wijs brengen. Het leek wel of ze me toelachten als een commerciele Vache qui riet. Inmiddels was dat lachen mij allang vergaan. In een hels pandemomium vervolgde ik mijn weg terwijl ik de cijfertjes op m’n tellertje langzaam zag oplopen, zowel in hoogtemeters als in kilometers.
De zware regenbui was nu veranderd in een ware waterval die van boven op mij neerkletterde en het leek als of de dag des oordeels was aangebroken. Ik zou me niet hebben verbaasd wanneer een Oostenrijkse versie van Noach druk bezig was een ark in elkaar te spijkeren, veruit het beste vervoersmiddel op deze dag. Met een vaartje van tussen de 7 en 9 kilometer per uur ploeterde ik voort. Een snelle rekensom leerde me dat ik derhalve nog ruim een uur nodig zou hebben (ik had nu 9 kilometer afgelegd en naderde de 1500 meter boven NAP) om aan te schuiven bij Sander en Mark in een lekker warm restaurantje boven op de Kuhtai, een beeld dat nu mythische vormen begon aan te nemen.
Weer een kilometer en 8 minuten later passeerde ik een bushokje waar twee wielrenners beschutting hadden gezocht tegen de elementen. Daar ik er geen herkende reed ik verder, maar een luid ‘Olav’ deed mij omdraaien en ik ontwaarde Mark en een collega wielrenner. Zij zaten al een kwariertje te schuilen en ook hen was het niet ontgaan dat de temperatuur een duikvlucht had genomen van rond de 20 naar de 11 graden. Samen schuilden we tegen de wel wat afnemende maar nog immer zeer aanwezige regen. Al snel werd duidelijk dat de regengoden niet van plan waren om eerder naar huis te gaan vandaag en Mark en ik besloten toch maar door te rijden.
Na een kleine anderhalve kilometer kwam Sander ons tegemoet. Als een ingevroren visstick zat hij rillend op z’n fiets, grijs weggetrokken en volledig doorweekt. We besloten om snel weer om te keren en in een restaurantje bij te warmen.
Sander vertelde ons dat hij de top had bereikt in slechts 1u15 maar dat het daar sneeuwde (!) en hij na niet al te lang daar te treuzelen weer de terugweg had aangevangen. Trillend als een rietje deed hij ons zijn verslag bij een warme chocolademelk en Apfelstrudel. We besloten samen met een paar Belgen met de bus terug te gaan naar het dal, en hoewel de busschauffeur na ons verhaal te hebben aangehoord best begrip had voor de situatie, bleek het logischerwijze niet mogelijk te zijn om een zevental mensen inclusief hun fiets mee te nemen in een normale bus. We besloten om dan maar naar beneden te glibberen.
Het moet gezegd, ondanks de regen en het water dat in vele stroompjes over de weg naar beneden kabbelde daalden we als duivels. Binnen no-time waren Mark en ik beneden, na een halve minuut was ons trio weer compleet en konden we de laatste 30+ kilometers (met dus weer een steiging van 790 naar 1377m) afleggen. Mark en Sander konden een hoger tempo fietsen en ik besloot een eigen tempo vast te houden. Na een kilometer of 15 kwam ik door een plaatsje waarvan de naam mijn gemoedstoestand aardig benaderde: “Au”. Het ging verder niet verkeerd, maar er zijn pittoreskere wegen te bedenken dan een autoweg waar je om de twintig seconden bijkans wordt geschept door een betonmortelwagen of toerist die even niet zat op te letten. Een minuut of tien na Mark en Sander kwam ik aan in Solden en bleek dat we allemaal toch wel wat vermoeid waren. Het goede nieuws is dat dit hele verhaal van 85 kilometer me toch nog een gemiddelde van 23.6 had opgeleverd waardoor de kooltjes van hoop weer wat opgloeiden...
28 augustus 2010 The day before the day of days
Na het ontbijt hadden we een niet onbelangrijke formaliteit af te handelen, namelijk het afhalen van de startbewijzen. En, gezien de weersverwachtingen, waren we ook nog even van plan een regenjasje, beenstukken of handschoenen aan te schafffen. Nadat de lokale middenstand handenwrijvend had toegezien hoe wij, en velen met ons, op het laatste moment nog allerlei zaken insloegen liepen we naar het bureau waar je de startbewijzen kon afhalen. Ietwat zenuwachtig de ingestudeerde smoes in m’n hoofd herhalend (ik reed namelijk onder de naam Jelle Tabois die was verhinderd) meldden we ons bij de dame die de zaken verstrekte. Sander gaf zijn afhaalbewijs en moest ook zijn paspoort laten zien, wat de zenuwen geen goed deed. Ook ik werd om een ‘Ausweis’ gevraagd en toen ik het donkere kopietje liet zien kreeg ik direct de vraag waar het origineel was. Een wat onsamenhangend verhaal over een vergeten paspoort, een kopie die per email als pdf aan m’n zusje in Munchen was verstuurd welke ik daar had opgehaald, etc werd met de wenkbrauwen gefronst klaarblijkelijk toch geaccepteerd, want ik kreeg de bescheiden overhandigd. Gelukkig ging de medewerkster niet in op het verschil tussen foto en werkelijkheid en het feit dat ik 20 centimeter langer ben dan de op het kopie genoemde 1m75.
De rest van de dag ging op aan even wat eten, ontelbare keren de fiets nakijken (wat maar goed was ook want in zowel de fiets van Sander als die van mij had zich door de regen van gisteren in frame en velg zeker wel een paar deciliter hemelwater verzameld. Alles was klaar. Het weerbericht laat zien dat we morgen met een windkracht 5 krijgen te kampen uit (koude) noordoostelijke richting, wat betekent dat in de afdaling naar Otz de wind tegen is (maar dan ben je met een paar duizend man in wiens wiel je kunt gaan zitten) en als het goed is geeft de wind je een duwtje in de rug tijdens de 40km lange beklimming van de Brennerpas.
Startnummer op fiets en kleding, voedsel klaar, nog een tiende keer naar het routekaartje gekeken. Haal ik de tijdstippen zoals gemeld op de routebeschrijving? Dat wordt krap. Maar 19u30 op de Timmelsjoch, dan mag ik gemiddeld 18 rijden. Dat zou toch mogelijk moeten zijn? Met de nodige kriebels wordt het bedje tijdig opgezocht..
29 augustus 2010 Ich habe einen Traum – Otztaler Rad Marathon
Om half zeven worden de mannen die op een fiets van 25 jaar of ouder weggeschoten, een kwartier later is het de beurt aan ons. Nou ja, tussen startschot en passeren van de startstreep ligt nog een minuut of 20, maar dan is het ook echt begonnen... http://twitvid.com/GJL0T (filmpje start)
In vliegende vaart stort een peloton van 4.000 renners zich in de afzink naar Oetz. Een afstand van 31 kilometer wordt in iets meer dan 38 minuten overbrugd. Wegverdelers worden duidelijk aangegeven door er een brandweerwagen met zwaailichten aan of een man met een fluit en vlag voor te zetten. In Oetz is het een scherpe draai naar rechts en we beginnen aan de beklimming van de Kuhtai, 2020 meter hoog, 18,9 kilometer lang. Mark en Sander zijn uit het zicht verdwenen, ik vermoed dat ze een goede minuut voorsprong hebben.
Gelukkig kunnen we na een minuut of vijf langzaam weer de fiets beklimmen. Dan gaat het snel, de top komt ras naderbij. Een paar minuten heb ik het gevoel dat ik iets te hard van start ben gegaan, maar dat gevoel verdwijnt snel. Op een kilometer van de top doet
Iedereen weet de herkauwers te ontwijken die gemoedelijk over de weg banjeren, zich afvragend waarom ze hun omgeving een dag per jaar delen met duizenden in zuurstok kleuren gestoken strakke kledij ploeterende tweevoeters. ..
Daarmee was hij ruim een minuut eerder op dit punt dan Mark Brazier, die in iets minder dan 1u28 de eerste col van de dag rondde. De mannen lagen dus een kwartiertje voor me.
Ik besloot mijn voorraden (repen, bidons vullen)aan te vullen op het eerste ‘Labestation’ en trok snel mijn ‘daaljasje’ van het SinnigeBouw Wielerteam aan, want het was berekoud op deze winderige top. Dit jasje en de lange handschoenen kwamen dan ook goed van pas, zo bleek in de eerste meters van de afdaling. Het moet gezegd, ’s werelds beste klimmer zal ik niet snel worden, maar in de afdaling stond ik mijn mannetje. Renner na renner schoot ik voorbij en ook in de bochten scheerde ik zonder echt te remmen het dal tegemoet. Samuel Sanchez, you’ve got competition! Het is dat ik er wat later achterkwam dat de weg zich leende voor een topsnelheid, anders was de 90kmh zeker gepasseerd. Nu stond er 88.9 op de teller. Ook best rap.
Na een tijdje leek het me verstandig een groepje op te zoeken, want de bijna 40 kilometer lange klim van de Brennerpas stond op het punt van beginnen. Dat was echter lastiger dan ik dacht. Ik wist dat het belangrijk was om me op deze klim te sparen gezien de nog te verwachten obstakels, maar eens te meer liet ik me verleiden om toch wat onverantwoord met de krachten te smijten. Omdat in mijn groep niemand echt op kop wilde rijden en ik medelijden kreeg met de oude baas die al een tijdje in de wind op kop reed, nam ik over. Kilometer na kilometer trapte ik door, een blik over de schouder leerde me dat er een man of 250 in m’n wiel hing. Een leuk gezicht! Toen we na een kilometer of 8 beulswerk een scherpe bocht maakten kon ik afgeven. ‘Klasse gefahren Jungen, nicht zu schnell, standiges Tempo, es ist ja ein Marathon, kein Radrennen’ complimenteerde een mederenner me. Daar had ik wat aan, al snel pierde ik er af en zag ik de dankbare collega in een groepje voor me steeds kleiner worden.
Na een (drukke) ravitaillering de Brenner afgedaald en snel de diepte en de warmte ingedoken. Het was niet nodig om de handschoenen en het daaljackje aan te doen, en aan het begin van de Jaufenpas (we zaten ondertussen al rond de 140ste kilometer) was het echt warm. Op dat moment begon toch wel het idee te komen dat het uitrijden van deze helse tocht al meer waarschijnlijk werd. Maar ik was er nog lang niet! Vanuit Nederland kreeg ik smsjes die me een heel goed gevoel gaven. M’n zwager smste ‘Jaaaaa, heel goed, binnen 5u op de Brenner, over de helft. Blijven eten!” en vanuit Schagen stuurde m’n broertje “Gaat t nog broertie? Trots op je!”.
Van te voren had men me verteld dat de Jaufenpas prima te doen was. “Een heel gelijkmatige klim”. Ja inderdaan, overal gelijk maar wel overal veel te steil voor mijn pak ‘m beet 97 kilo’s. Hier had ik het slecht. Ik dacht dat ik was gaan hallucineren maar niets was minder waar, ik werd echt voorbij gereden door een lilliputter. Kuiten als kanonskogels, maar...erg knap.
![]() |
| Sander Cok in afdaling door tunnel |
| Duwend omhoog |
De Timmelsjoch. Een pas die is aangelegd onder het motto 'de kortste weg tussen twee punten is een rechte lijn'. Ik word er nog gillend en huilend van wakker. De eerste kilometers gingen eigenlijk nog wel. Maar na een tijdje werd het een ander verhaal. Ik besloot om ieder half uur een kleine pauze te nemen van 5 minuten om even bij te komen en wat te eten. Ofschoon ik miljoenen reepjes heb verorberd kreeg ik na een minuut of 20 al weer een hongergevoel. Gelukkig was er na een kilometer of 18 een laatste Labestation. In de verte zag ik een soort zigzag de berg op gaan, naar mijn mening alleen geschikt voor pistebullies. Voor de zekerheid informeerde ik aan een medewerker welke weg ik moest volgen. Ik viel bijkans flauw toen ze de weg die ik zojuist beschreef aanwees.
Wanhopig smste ik mijn zwager over de weg die voor me lag en die vast in iedere conventie was verboden. ‘Nog een uurtje of twee en je bent boven. Mooi op schema jongen’.
Ik was van mening dat mijn zwager de ernst van de situatie niet helemaal goed inschatte...
Een A4 cabrio kwam naast me rijden. De TV ploeg. Ik vroeg of ze comfortabel zaten en stelde voor te ruilen van transportmiddel. Een leuke blonde dame lachte en vroeg me of we in Nederland geen bergen hadden. Mijn Rudi Carell accent had me onmiddelijk verraden. Ik zei dat de Oostenrijkse VVV me op het verkeerde been had gezet toen ze ‘een ontspannende tijd in de Alpen’ beloofden. Maar op haar vraag hoe ik het vond antwoordde ik dat ik onder de indruk was van de route, de organisatie, de deelnemers en het publiek. En daar is geen woord van gelogen. Na een poosje reden ze door en ik vervolgde mijn lijdensweg. En uiteindelijk, na 3u30 klimmen en na 11u32 op de fiets te hebben gezeten, bereikte ik het plafond van deze tocht op 2509 meter. Ik zeeg ineen net na de streep en wist gelukkig niet dat Mark en Sander allang waren gefinished...maar ook zij hadden het zwaar gehad op deze jetser van een berg. Sander deed 2.53 over de klim en rondde de col na 10.03 fietsen en Mark was met 2.41 nog sneller en kwam al na 09.40 over deze col.
Nadat ik mijn jack en handschoenen weer had aangetrokken de afzink ingedoken. Met hoge snelheden nog tientallen renners ingehaald en verbeten de laatste klim (2 kilometer, 10%) aangevallen. Ik voelde de krachten terugkeren en rook de stal. Een kleine 30 kilometer resteerde en ik fietste als een bezetene langs de tolpoort, onder de tunnel door en in het al donker wordende Solden schoot ik de straat door, de brug over en het finishdoek onderdoor. Ik had het gehaald! In 12.16 uur heb ik de Otztaler Rad Marathon gereden. Grote complimenten aan Sander (10.42) en Mark (10.21) die geweldige tijden hebben genoteerd. Op de site zag ik dat mijn vroegere baas / buurman Martin Beerepoot zelfs nog een tijd van 09.59 noteerde en z’n maat Jan van Baar zelfs 9.29. Dat is en mooie richttijd voor volgend jaar!
We waren allemaal erg blij het gehaald te hebben. Een fraai shirt, een speldje, kalender en mooie oorkonde zijn de herinneringen aan een prachtige tocht. Volgend jaar weer?
Filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=sHLbf0j6GHY
Meer foto's op http://tinyurl.com/3xkux4t
Filmpje: http://www.youtube.com/watch?v=sHLbf0j6GHY
Meer foto's op http://tinyurl.com/3xkux4t



Hé Olav,
BeantwoordenVerwijderenMooi verhaal man. Ben in zekere mate mede verantwoordelijk voor jouw lijdensweg. Vriend Sander had, een tijd geleden, van mij ook de mededeling ontvangen dat hij de Ötztaler ging rijden.... Helaas ben ik er dit jaar zelf tussenuit geknepen i.v.m. een vervelende blessure. Je houdt hier vast mooie herinneringen aan over.
De "Lilli" met de kanonskogelkuiten is er trouwens een van het vrouwelijke soort, een nog knappere prestatie zou ik zeggen.
Vriendelijke groet, Jan Poelman
Hey Olav,
BeantwoordenVerwijderenLeuk om te lezen. Inspirend verhaal voor een beginnende fietser als ik (renner durf ik me niet te noemen hehe). Ik ga morgen voor het eerst naar mijn werk in Den Haag fietsen om mee te beginnen.
Als je prof renner was geweest had je wel een goede 2e carriere in het vooruitzicht gelegen na als columnschrijver voor een of ander wielerblad :) erg leuk geschreven. Waren je scripts ook maar zo goed.
Groeten
Leewah
Bedankt Leewah ;-)
Verwijderen